
Marcel van Assen / Lars Talsma
De meeste dienstverlenende organisaties hebben al-dan-niet bewust één of meerdere interne dienstverleningsketens. Een bank heeft bijvoorbeeld een interne hypotheekketen, een ziekenhuis kent een cardiovasculaire zorgketen, en elke mbo-instelling heeft een aanmeld- en inschrijfketen. In de praktijk worden dergelijke ketens niet altijd erkend, laat staan goed bestuurd.
Voorbeelden zijn onderwijsinstellingen, financiële dienstverleners, zorginstellingen, en uitvoeringsorganisaties van de overheid zoals het UWV, SVB en CJIB. Het kan ook een deel van een productiebedrijf zijn dat een dienst levert aan interne of externe afnemers.

De figuur illustreert een dienstverleningsketen, waarbij drie schakels (functionele afdelingen) in de keten van elkaar afhankelijk zijn om gezamenlijk te komen tot een beoordeling en afhandeling van de vraag van de afnemer.
Ketenschakels werken samen met de afnemer om informatie te verzamelen en te analyseren voor weloverwogen beslissingen.
De dienst is een gecommuniceerde beslissing: een ontwerp, een plan of een toewijzing/afwijzing, zoals een besluit hypotheekverstrekking of uitkeringstoewijzing.
De samenhang wordt bepaald door afstemming en samenwerkingsrelaties tussen verschillende ketenschakels.
In een interne dienstverleningsketen moeten de ketenschakels samenwerken om gezamenlijk een oplossing te bieden voor het probleem of de behoefte van de afnemer. Het besturen van de in- en output van de interne klant-leveranciersrelaties tussen de ketenschakels is belangrijker dan het beschrijven van interne processen binnen elke schakel.

De meeste dienstverlenende organisaties hebben meerdere ketens, waarbij verschillende afdelingen betrokken zijn. Dit leidt tot de vorming van een matrixorganisatie waarin de ketenorganisatie zich richt op klantspecifieke dienstverlening en de lijnorganisatie op inhoudelijke kennis en financiële prestaties.
Dienstverlenende organisaties en hun interne dienstverleningsketens staan steeds meer onder druk door toenemende, vaak tegengestelde eisen.
Door toenemende marktwerking ligt de focus steeds meer op efficiëntie
Door digitalisatie meer transparantie, waardoor snelheid gewoon is geworden, en daarmee een vereiste is geworden
Door betere informatie stellen afnemers steeds hogere eisen
Door digitalisatie is er een trend naar meer zelfsturing
Door een steeds krappere arbeidsmarkt steeds minder capaciteit
Door incidenten/schandalen wordt het toezicht steeds strenger
Vanaf het begin van deze eeuw is er een omslag ontstaan naar meer marktdenken in traditionele dienstverlenende sectoren. Dit heeft geleid tot toegenomen aandacht voor efficiëntere bedrijfsvoering via Lean Six Sigma-programma's.
Onbedoeld leiden veel van dergelijke programma's tot versterking van "silo denken" binnen organisaties. Financiële optimalisatie gaat top-down waarbij afdelingen in onbalans kunnen raken en meer intern gericht worden.
Digitalisering heeft ertoe geleid dat diverse dienstverleningsketens minder arbeidsintensief, maar vooral veel transparanter en sneller zijn geworden. Afnemers verwachten dat andere vormen van dienstverlening even snel uitgevoerd kunnen worden.
Met mobiel internet en sociale media zijn afnemers steeds sneller en beter geïnformeerd. Negatieve ervaringen hebben een veel grotere impact dan positieve ervaringen.
Er is een stroming op gang gekomen gericht op meer autonomie: zelfsturing en zelforganisatie, versterkt door Agile-werken uit de IT-wereld.
Door vergrijzing, groeiende economie en de opleidingskloof wordt het steeds moeilijker om geschikt personeel te vinden en te behouden.
Door verschillende affaires is er veel meer toezicht ontstaan vanuit belangengroepen en wetgevers, wat zorgt voor hogere administratieve lasten.
Door externe ontwikkelingen en eisen ontstaan er managementdilemma's ten aanzien van het organiseren van dienstverleningsketens.
Silo-denken leidt tot verminderde dialoog, slechtere samenwerking en minder integrale sturing in de keten. Tegengestelde belangen worden niet bespreekbaar gemaakt.
Bezetting en werklast zijn niet afgestemd, waardoor werkdruk bij de ene afdeling ontstaat terwijl het bij de andere rustig is. Capaciteit wordt niet optimaal benut.
Door drukte is de kans op fouten groot, waardoor onjuiste aanleveringen ontstaan. Meer herbewerkingen verhogen de drukte verder.
Door onjuiste aanleveringen neemt onvoorspelbaarheid toe, met onnodige tussenvoorraden en onnodig werk als gevolg.

Als we een dienstverleningsketen niet goed inrichten en aansturen – als de schakels niet goed op elkaar zijn afgestemd – dan leidt dat tot operationele problemen met slechte resultaten voor zowel afnemers als organisatie: lange doorlooptijden, lage kwaliteit, hoge kosten en lage medewerkertevredenheid.
Voor het effectief managen van een dienstverleningsketen is het integraal inrichten van 4 disciplines essentieel: procesmanagement, kwaliteit- & risicomanagement, verbetermanagement én prestatiemanagement.
Het hebben van een goede vastlegging van de integrale end-to-end processen inclusief bijbehorende belofte aan en eisen van de afnemer.
Het in kaart hebben van de belangrijkste veiligheid- en organisatierisico's en kwaliteitsproblemen, vertaald naar end-to-end processen.
Het hebben van een cultuur en infrastructuur van continu verbeteren om geconstateerde afwijkingen structureel op te lossen.
Het hebben van een actieve performance dialoog waarbij eigenaarschap helder belegd is en realistische doelen gesteld zijn.
De essentie van procesmanagement ligt in het bereiken van de juiste resultaten door op een gestructureerde manier te werken met processtappen, rollen en verantwoordelijkheden. Het gaat om het ontwerpen, vastleggen, uitvoeren en verbeteren van integrale end-to-end processen vanuit de ketendoelstelling en servicebelofte.
Kwaliteitsmanagement richt zich op het leveren van voorspelbare kwaliteit en voldoen aan normen, terwijl risicomanagement zich richt op het beheersen van onzekerheden. Gezamenlijk vormen ze een preventieve aanpak: het voorkomen van schade en inefficiënties.
Procesmanagement vormt de basis voor het structureren en optimaliseren van end-to-end processen. Het doorbreekt silo's door integraal procesdenken en creëert duidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden. Kwaliteit- en risicomanagement bieden een geïntegreerde oplossing door kwaliteitsanalyses te combineren met risicoanalyses voor een proactieve benadering.
Systematische benadering van het identificeren, analyseren en implementeren van verbeteringen om processen en prestaties te optimaliseren. Het doel is waarde creëren door steeds beter te voldoen aan de klantbelofte.
Het vaststellen van operationele doelen, continu meten van voortgang met prestatie-indicatoren en bieden van gerichte feedback. Het is een continu proces van identificeren, meten en ontwikkelen van prestaties.nties.
Een dienstverleningsketen wordt integraal ingericht op basis van het D-P-PBOI model en de 4 disciplines. De inrichting wordt vastgelegd in een 'ketenplaat' die bestaat uit vier onderdelen.

De end-to-end processen van de keten, de start en het eind van de keten, en de betrokken ketenschakels.
De ketendoelstellingen, het serviceconcept inclusief servicebelofte, prestatie-indicatoren en inrichting van het ketenoverleg.
De belangrijkste kwaliteits- en risico-identificaties en beheersmaatregelen, waarvan monitoring is opgenomen in indicatoren.
Het klimaat en de infrastructuur om continu verbeteren mogelijk te maken, waaronder een standaard aanpak van de organisatie.
De integrale ketenplaat wordt gebruikt voor soepele communicatie tussen diverse betrokkenen tijdens het inrichten, ontwikkelen en verbeteren van de keten. Zonder heldere ketendoelstelling is er geen richting om de keten te kunnen inrichten. Het serviceconcept beschrijft de integrale waardepropositie: de servicebelofte aan de klant én de wijze waarop deze wordt waargemaakt.
Het doelmatig en doeltreffend co-creëren van klantspecifieke beslissingen in interne dienstverleningsketens